19/1/2021

Over de hoofdletter R in couRage

door Alain Pringels

Over de hoofdletter R van couRage…

De grote R die we in onze naam beitelden accentueert de woede. Woede als voedingsstof van moed… couRage. Zowel in het Frans als in het Engels betekent ‘rage’ woede. 

Woede als drijvende kracht van creatie, verandering en revolutie. Compagnie couRage vindt in Audre Lorde een ‘sister outsider’ of beter…een soulsister op dit vlak.

Audre Lorde (1934-1992) is een Amerikaans hoogleraar en dichter, geboren in New York uit Caraïbische ouders. Audre was politiek actief in burgerrechten. Alle andere bijvoeglijke naamwoorden die men doorgaans gebruikt om haar te omschrijven kleuren mijn blanke wangen rood omdat ze smaken naar het ingebed patriarchaat. Want dan lees je zaken als revolutionaire zwarte lesbische feministe…

Haar boek Sister outsider bundelt een aantal essays en speeches. Teksten die gaan over racisme, seksisme, homofobie en vormen van uitsluiting. Cruciale vraag: hoe ga je met dergelijke maatschappelijke problemen om? Erkennen van de kracht van woede en van het verschil spelen daarin een grote rol.

Het is van belang een onderscheid te maken tussen woede en haat. Haat is een emotionele reflex of een gewoonte “waarin afkeer en kwade wil” samengaan. Haat leidt tot razernij, het vernietigt en heeft maar één doel en dat is vernietiging. Haat is destructief. Woede daarentegen is “een hartstochtelijk ongenoegen dat wellicht overdreven of misplaatst kan zijn” maar in se niet gericht is op vernietiging of het toebrengen van schade. “Woede die wordt gebruikt, vernietigt niet.”[1] Woede heeft een creatief of scheppend potentieel. Haar doel is verandering en daarom positief. Woede verwijst naar een kwetsuur, naar verdriet. Angst voor woede leert ons niets. We moeten woede positief omarmen want ze zit “boordevol informatie en energie”.[2]

Woede is de enig juiste reactie tegen racisme en tegen persoonlijke en systemische onderdrukking of vernedering. Lorde: “Wanneer ze met precisie gebruikt wordt, kan ze een krachtige energiebron vormen die ten dienste staat van vooruitgang en verandering. En als ik verandering zeg, heb ik het niet over een eenvoudige wisseling van posities of een tijdelijke afname van spanningen, en ook niet over het vermogen om te glimlachen of je goed te voelen. Ik heb het over een fundamentele, radicale omvorming van de aannames waarop ons leven stoelt.”[3]

Het systemische benadrukken van verschillen is cruciaal in het herhalen van racistische en vernederende boodschappen. “Het is niet het verschil dat ons lamlegt, maar de stilte”[4] schrijft Lorde. Die stilte moet doorbroken worden met een woedend geschreeuw of gezang of… Onze opvoeding, onze maatschappij conditioneert ons om menselijke verschillen als tegenstellingen te zien: goed/slecht, meester/slaaf, superieur/inferieur. “In een samenleving die het goede niet definieert in termen van menselijke behoefte maar van winst moet er altijd een groep mensen zijn die zich door gesystematiseerde onderdrukking overbodig kan gaan voelen en vervolgens de plek van ontmenselijkte mindere inneemt.”[5] Geïnstitutionaliseerd afwijzen of ontkennen van verschillen is een regel in een op winst gebaseerde maatschappij die slaven en overtollige mensen nodig heeft.

Er zijn wel degelijk verschillen tussen mensen. Maar die verschillen scheiden mensen niet per se van elkaar. Als dat zo was dan zou geen enkel koppel samen blijven. “Wij worden gescheiden door onze weigering die verschillen te erkennen en de verdraaiingen te onderzoeken die voortkomen uit de verkeerde namen die we ze geven en de gevolgen daarvan voor menselijk gedrag en menselijke verwachting.”[6] Verschillen moeten niet gezien worden als dingen die getolereerd moeten worden, maar als een uitdaging: “als een schat aan onontbeerlijke polariteiten waartussen onze creativiteit heen en weer vonkt als dialectiek.”[7]

Het komt erop aan “te leren hoe we onze verschillen kunnen omzetten in kracht.”[8] Hier vindt Compagnie couRage een letterlijke verwoording van haar missie. Ook in de sporen die Lorde uitzet over hoe dit te verwezenlijken, vinden we inspiratie. Lorde geeft drie wegen aan: Eros, Poëzie en Revolutie.

 

Eros.

Er wordt ons in de westerse samenleving geleerd dit hulpmiddel of deze krachtbron te wantrouwen of te devalueren. Het erotische wordt binnen een patriarchaat vaak onjuist gedefinieerd en “vervolgens tegen vrouwen gebruikt.”[9]Eros wordt gebanaliseerd tot een triviale, angstwekkende en kunstmatige zintuiglijke gewaarwording. Wat overblijft is een geseksualiseerd  beeld van Eros op het pornografische af.

Eros is veel meer dan dat. Eros is het verbindende aspect. De liefde die mensen ondanks hun verschil samenbrengt in het vertolken, uitwerken, creëren van een wereld, een samen-leving. Lorde: “Het woord ‘erotisch’ komt van het Griekse woord ‘eros’, de personificatie van de liefde in al haar aspecten: geboren uit Chaos, belichaming van creatieve kracht en harmonie.”[10] Eros als bevestiging van bruisende levenskracht. Een verbindende levensvreugde “waarvan we nu de kennis en het gebruik terugeisen in onze taal, onze geschiedenis, ons dansen, ons liefhebben, in ons werk, ons leven.”[11]

Laat die verbindende kracht het vuur van couRage zijn, “een kracht die uit het diepgaand delen van elk streven met een ander voortkomt. Het delen van vreugde, fysiek, emotioneel, psychisch dan wel intellectueel, vormt een brug tussen de delers die de basis kan zijn om veel van wat ze niet delen te begrijpen, en het vermindert de dreiging van hun verschil.”[12] Zo functioneert het erotische als verbindende levenskracht.

 

Poëzie.

Lorde spreekt over poëzie “als een onthullend destillaat van ervaringen.”[13] Een techniek van onderscheidend analyseren (destilleren is een scheidingstechniek in de chemie) van ervaringen, en dit met een onthullend, verrassend, vernieuwend effect. Zoals het gedicht een destillaat vormt van de ervaringen van de dichter, zo is een theatervoorstelling het destillaat van ervaringen van een groep mensen. In dit destillaat lichten zaken op of worden dingen aangeduid die we vrezen, bevragen, hopen en dromen in functie van de samenleving. Door het naamloze een naam te geven leggen we een fundament om angsten te overbruggen en te kunnen spreken over verandering. 

Laat deze poëtische kracht het alles doordringbare water van couRage zijn.

 

Revolutie.

Natuurlijk denken we bij dit woord onmiddellijk aan Frankrijk in 1789 en aan Rusland in 1917. Het is niet dit soort revoluties die we willen nastreven. Het gaat om revoluties, omwentelingen of veranderingen op een veel kleiner niveau, namelijk het niveau van een verandering van perspectief, van de omkering of het onmogelijk maken een woordgebruik of denkpatroon, of van het binnenste buiten keren van een vastgeroest icoon of ideaal. Lorde: “Revolutie is altijd bedacht zijn op de kleinste kans om een echte verandering teweeg te brengen in gevestigde reacties die hun tijd hebben gehad; revolutie is bijvoorbeeld leren elkaars anders-zijn met respect tegemoet te treden.”[14] In die zin betekent revolutie afstand doen van vooroordelen en van vastgeroeste identiteiten op basis van nationaliteit, taal of gender. Daarom zoekt Compagnie couRage nieuwe perspectieven op klassieke verhalen die een vastgeroeste betekenis en waarde hebben gekregen binnen een blanke patriarchale canon. Daarom wil Compagnie couRage op een interculturele basis mythes, geschiedenissen en verhalen herschrijven en herinterpreteren. Niet enkel HIS-story maar ook HER-story vertellen. Dit schept ruimte en vrijheid, of om het met Lorde te zeggen: “Poëzie schept de taal om deze revolutionaire eis, de implementatie van vrijheid, uit te drukken en formeel te erkennen.”[15]

Laat deze revolutionaire kracht de verfrissende lucht van couRage zijn.

 

De teksten van Audre Lorde mogen meer dan dertig jaar oud zijn, ze hebben nog niets aan kracht, actualiteit en helderheid verloren. Compagnie couRage verwelkomt haar als ‘sister outsider’ en inspiratiebron.

We sluiten af met een parafrasering van één van de mooiste passages uit dit boek: “als ik er niet in slaag anderen te erkennen als andere gezichten van mezelf, draag ik niet alleen bij aan elk van hun onderdrukkingen maar ook aan die van mij.”[16]

 

Alain Pringels

 


[1] Audre Lorde, Sister outsider, uitg. Pluim, 2020, p. 42

[2] Id., p. 112

[3] Id., p. 111

[4] Id., 19

[5] Id., 80

[6] Id., p. 82

[7] Id., p. 153

[8] Id., p. 154

[9] Id., p 97

[10] Id., p. 99

[11] Id.

[12] Id., p. 101

[13] Id., p. 124

[14] Id., p 167

[15] Id., p. 126

[16] ID., p. 120 (parafrasering)